twee-mooie-zakenmannen-sollicitatiegesprek

Interpretatie van een sollicitatiegesprek

Wat kunnen je waarnemen?

Een paar dagen geleden ging Simon op sollicitatiegesprek bij zorginstelling Hoofdzorg. De reacties die ik op het artikel kreeg, maken duidelijk dat interpreteren van wat er tijdens de sollicitatie gebeurde voor de hand ligt. Niet alleen tijdens het sollicitatiegesprek zelf.
Om echt te weten waar het over gaat is het van belang meningen even opzij zetten en te kijken wat we zoal kunnen waarnemen.
De receptie is bij Simon’s aankomst onbemand. De twee dames achter de balie kennen de directeur HR, hun collega, niet. Uit de dialoog blijkt niet dat ze dat erg vinden. De dame aan de balie blijkt Simon naar een verkeerde plek te sturen. Daar aangekomen betwijfelt de mooie jonge vrouw of Simon wel bij het juiste bedrijf is. De telefoniste weet het nummer van haar centrale niet. De directeur komt zijn belofte om terug te bellen niet na.
Het gesprek met de directeur is interessant. Het gesprek over ‘wantoestanden in de zorg’ doet misschien al iets met het beeld dat we hebben van de zorgsector.

Interpretatie van het sollicitatiegesprek

De beide dames lijken hun eerste werkdag bij de zorginstelling te hebben, zo kunnen we interpreteren.
Ten eerste zou iedereen kunnen bedenken dat wanneer iemand voor een sollicitatiegesprek komt, de kandidaat misschien zenuwachtig is voor het gesprek. De nieuweling op zijn gemak stellen tempert zenuwen. Dat gebeurt hier niet. Gelukkig lijkt Simon stoïcijns.
Verder zou een niet-Nederlander  het bot hebben gevonden, dat de directeur HR bij het begin van het gesprek zegt dat hij het liefst met een ander in zee gaat. Een Nederlander vindt het misschien direct. Eerlijk lijkt het wel.
Tot slot is het opvallend dat alle drie medewerkers fouten maken, maar geen van hen zegt ‘sorry’. Dat de directeur toezegt een volgende keer aan Simon te denken lijkt niet waarschijnlijk, toch?

Opzij zetten van beoordelen biedt ruimte…

In mijn perceptie lijken de drie medewerkers van Hoofdzorg weinig aandacht te hebben voor Simon. Werk willen hebben roept de behoefte aan aandacht op. Aandacht raakt iedereen. Zouden dezelfde mensen zich met meer aandacht opstellen naar hun klanten? Bovenstaand voorbeeld is buiten de zorg net zo makkelijk te vinden. Wellicht zou je werkelijke aandacht voor mensen  eerder verwachten bij een organisatie als Hoofdzorg. Een organisatie die zich bij uitstek richt op het menselijk welbevinden.
Of Simon bij zo’n organisatie werken, vraag ik hem:
‘Jazeker, want met mijn persoonlijke benadering voeg ik waarde toe aan de behoefte van de mensen, waardoor ze beter werken en tevredener klanten hebben.’
Ik vraag me af of de klanten zich net zo’n positief uitspreken over Hoofdzorg als Simon dat doet.
Misschien wordt hun behoefte aan aandacht wel overschaduwd door hun afhankelijkheid van de zorg.
Wat levert dit alles nu op? Het even opzij zetten van beoordelen biedt ruimte om te weten komen waar het echt over gaat.

Ook interessant misschien?
10 onjuiste redeneringen rondom kanker