Aan de droom van Hennie van der Most is op 13 mei 2026 abrupt een einde gekomen.
Een nieuw attractiepark: Attractiepark Rotterdam. Twaalf jaar lang is de uiteindelijke opening uitgesteld. Het draaiend restaurant, het zogeheten UFO restaurant, was vanaf 1 maart 2018 open.
De rechtbank van Rotterdam heeft Hennie van der Most failliet verklaard. De voormalig topondernemer verwijt de Gemeente Rotterdam dat de erfpacht niet is verlengd, waardoor investeerders wegbleven.
Wim Beelen is de nieuwe eigenaar die het park wil gaan doorstarten. De nieuwe naam: ‘Spelen bij Beelen’.
Table of Contents
Wanneer gaat Attractiepark Rotterdam open?
Twaalf jaar was de grote vraag van attractiepark Rotterdam en omwonenden, vooral van Rotterdam-Zuid: “Wanneer gaat Attractiepark Rotterdam open? Begonnen als Speelstad Rotterdam is Attractiepark Rotterdam uiteindelijk nu als Rivoli ten onder gegaan. Nu is de vraag: Wanneer gaat Spelen bij Beelen open?
Raadsleden verwijten een paar jaar na aanvang van de werkzaamheden aan het toekomstige park dat Van der Most vergunningstrajecten onderschat heeft en zijn plannen regelmatig wijzigt (bron: Loopings).
Eind 2021 meldde Van der Most aan RTV Rijnmond dat er druk gewerkt wordt, maar hij stelt last van bureaucratie te hebben.
Van der Most beloofde dat alle cynici verrukt zullen zijn over het resultaat en hun verbazing zullen tonen met ‘oooohs’ en ‘aaaahs’. Door gebruik te maken van materialen zoals oude windmolens, auto’s en zelfs het vliegtuig uit de film Spion van Oranje van Tim Oliehoek met Paul de Leeuw. Het gebruik van tweedehands materiaal levert Van der Most het verwijt van Gemeente Rotterdam op dat de attracties gedateerd zouden zijn.
Elke keer werd de opening van het park uitgesteld. Vergunningen, Corona, een brand, gekwalificeerd personeel en wellicht de managementstijl van de eigenaar speelden bij vertragingen kennelijk een rol bij het faillesement. Een investering van € 50 miljoen lijkt hiermee verloren te zijn gegaan.
Waarom zou Attractiepark Rotterdam er moeten komen?
Even terug in de tijd…
Toen Van der Most de eerste attractie, het mobiele UFO-restaurant opende interviewde ik hem over het ‘waarom’ van het nieuwe attractiepark.
Die vraag is hem vooral de Gemeenteraad van Rotterdam met het vorderen van de tijd ook gesteld. De Gemeenteraad vond het te lang duren dat zo’n Rotterdamse A-lokatie zo lang niet benut werd. Als elke grotere stad heeft de Maasstad ruimtegebrek en staat ze te springen om de ruimte voor woningen te kunnen bestemmen.
Maar de vraag Waarom Attractiepark Rotterdam? kan gekoppeld worden aan:
- zijn er in de omgeving onvoldoende pretparken?
- is het centrum van een stad een geschikte plek voor een dergelijk groot park?
- welke effecten heeft het voor de mobiliteit, CO2-doelstelliingen, bereikbaarheid?
- is een omgeving waarbij mensen voornamelijk passief vermaakt worden ondersteunend voor het welzijn. an de bezoeker?
- passen de menus van het UFO-restaurant bij een gezonde levensstijl?
Verschillende opvattingen spelen een rol bij de totstandkoming van dit nieuwe park. Opvattingen over werkgelegenheid, imago van Rotterdam, verwachte parkeerproblemen, behoud van de Kathedraal als industrieel erfgoed. En of vermaakt worden wel een zinvolle bezigheid is?
De hoofdvraag ‘Waarom Attractiepark Rotterdam?’ was 12 jaar net zo actueel als waar de stad en Rechtbank Rotterdam nu in 2026 een antwoord op hebben gegeven.
Hebben we steeds meer ontspanning door vermaak nodig? Of willen we soms steeds meer ontsnappen aan de werkelijkheid van het dagelijks leven? En is al dat vermaak een zinvolle tijdsbesteding? Kortom: waarom had Attractiepark Rotterdam er moeten komen?
Pretpark midden in de grote stad
Doorgaans zijn pretparken te vinden in gebieden waar de grond niet al te duur is. Waar een goede infrastructuur met grote parkeerterreinen je snel naar je favoriete attractie kan brengen. En als je wilt, kun je je plezier gemakkelijk verlengen met een meerdaags verblijf. Omdat een aantal parken de mogelijkheid biedt op het eigen terrein te overnachten. En dus kun je je gemakkelijk langere tijd onderdompelen in een wereld van vermaak, spel, entertainment en horeca.
Voormalig Attractiepark Rotterdam is het enige pretpark in Nederland dat zich in de stad bevindt. Als je met de auto komt, zal je eerst je weg moeten banen door het verkeer van een grote stad. Eenmaal aangekomen valt de markante plek in de wijk Charlois aan de zuidelijke Maasoever niet te missen. De plek waar vroeger afvalverwerking Rijnmond (AVR) het vuil van de stad verbrandde.
Totdat voortschrijdend inzicht ons duidelijk maakte dat de toenmalige technieken ervoor zorgde dat de overwegend Zuidwestenwind de uitstoot uit de twee schoorstenen de lucht in de stad vervuilde.
Maar het is ook de plek die op zwemafstand ligt van de SS Rotterdam en zicht biedt op de skyline van het Manhattan aan de Maas. Kop van Zuid, met Loetje, Hotel New York en het hoofdkantoor van KPN aan Rotterdams bezienswaardigheden als de iconische Erasmusbrug en Fenix.
Hennie van der Most: “Waarom ik industrieel erfgoed verander in een pretpark? Omdat ik het dan kan voelen.”
Kathedraal van Zuid: mooi?
Een kathedraal die dat niet is
Bij het woord kathedraal denk je aan een gebouw met religieuze bestemming. Groot, opzichtig, een toren met uurwerk, misschien met een mooi plein ervoor. Het is de vraag of die gelijkenis hier op gaat. Het is niet wat je ziet op voormalig Attractiepark Rotterdam.
In de Kathedraal van Zuid heeft nooit enig geestelijke een preek gehouden.
Ik geef toe, dit schrijf ik niet omdat ik dit zeker weet, maar omdat ik aanneem dat zoiets niet in een vuilverbrander plaats zou vinden. Dat is nou filosofie in de praktijk.
Toch heet de afvalverbrander in de volksmond ‘kathedraal’. De reden daarvoor is minder religieus; toen de verbrander nog functioneerde konden de vlammen van buitenaf door de ramen gezien worden. Hierdoor doemde blijkbaar de vergelijking met kerkramen op.
Niet mooi, maar het staat er al zo lang
Romantisch of hels, zou het sentiment dat de mensen hiermee uitspreken ertoe moeten leiden dat het grote industriële gebouw blijft bestaan? De gemeente Rotterdam had de sloop al goedgekeurd door het afgeven van een sloopvergunning. In het filmpje vraag ik verschillende mensen om hun mening.
De stad Rotterdam zou het zonde vinden dat het gebouw afgebroken zou worden.
“Zo heb ik de kathedraal nog niet had bekeken,” architect Donkersloot
Ik vraag architect Donkersloot of hij het wonderlijk vindt dat zo’n modern gebouw een bijnaam heeft meegekregen die eerder verwijst naar een veel ouder gebouw met een meer klassiek uiterlijk. Hij kijkt naar het gebouw en antwoordt me dat hij ‘het zo nog niet had bekeken’.
Omwonenden uit Rotterdam-Zuid vinden het prima dat het gebouw er staat; het staat er immers al zo lang. Maar om nu te zeggen dat zij het een mooi gebouw vinden? Nou nee, dat niet. Toch lijken velen het eens te zijn met de transformatie van vuilverbrander naar pretpark.
Betekenis van Attractiepark Rotterdam
Werkgelegenheid voor Rotterdam-Zuid
Stadsontwikkelaar Andriena Lushtaku vertelt dat het werkgelegenheid oplevert voor Rotterdam-Zuid, een wijk die vaak in één zin met problemen wordt genoemd. Het biedt werk aan lager geschoolden en daaraan is in Rotterdam-Zuid juist veel behoefte.
Het past thuis tussen Blijdorp, de Euromast en de Markthal. En het Landverhuizersmuseum Fenix op Katendrecht. De kathedraal wordt een nieuwe bezienswaardigheid, naast de andere uitjes van Rotterdam.
Op een plek van voormalige industriële activiteit kunnen mensen spelen en samen dingen doen. Een leuk dagje uit hebben. Het gezin als hoeksteen van de samenleving komt er prima tot zijn recht. En dat geeft betekenis, aldus de geïnterviewde mensen.
Video: De CEO legt uit – Hennie van der Most neemt je mee in UFO!
Een project van Hennie van der Most
De ondernemer achter de transformatie van de afvalverwerker naar een attractiepark was Hennie van der Most.
Hennie van der Most koos voor het transformeren van oud industrieel materiaal tot attractieparken, omdat hij het dan kan voelen. Hij maakte daarmee klip en klaar duidelijk dat een dergelijke strategische keuze bij hem ingegeven wordt door emotie.
Emotiegedreven: “dan kan ik het voelen”
Emotiegedreven ondernemen betekent wel een planning die continue kan veranderen. Immers, een emotie ervaren is slechts nu te voelen en niet in het verleden of toekomst.
Van der Most bemoeide zich tot in detail met het concept van zijn producten, maar hij wil ook weten hoe zijn eindgebruikers zijn producten waarderen.
Menig CEO laat de details van zijn bedrijfsvoering aan zijn medewerkers over. Van der Most doet dat niet en gebruikt in zijn communicatie duidelijke taal die iedereen verstaat. En als iets voor zijn gevoel om verandering vraagt dan moet een eerder plan daarvoor wijken.
Waarmee voormalig Attractiepark Rotterdam meer een organisch en levend project lijkt te worden dan een onpersoonlijk en onbenaderbaar hedendaags bedrijf.
Een circulair attractiepark
Wat misschien wel het meest bijzonder is aan dit nog te openen park: vrijwel alles is tweede hands. en casino-inrichting uit Venlo, delen van de Kasteeldecor van André Rieu. Attracties uit Walibi, Dubai, Bremen, Sevilla en Gorcum.
Niet alleen het gebouw krijgt een tweede leven, ook de attracties passen binnen hergebruik of recycling waar van zouden dromen.
Wim Beelen is voornemens hier op voort te bouwen.
Van der Most liat zien dat je als bedrijf zaken doet met mensen. Hij stask zijn passie voor wat hem drijft niet onder stoelen of banken. In het filmpje zie je dat soms veel passie nodig is om zo’n groot project in het centrum van een grote stad gedaan te krijgen. En is te zien dat zijn passie alleen begrensd leek te worden door bureaucratie die de overheid toepast. We kunnen benieuwd zijn os Wim Beelen een verglijkbare visie heeft…
De filosofie van Hennie van der Most
Ik ken weinig CEO’s, of algemeen directeuren die bereid zijn de klant, de eindgebruiker, rechtstreeks te woord te staan. Uitleg te geven over details op operationeel niveau van een bedrijf. Antwoord te geven op alle vragen van de individuele bezoeker en open te staan voor ideeën van anderen.
Van der Most’s filosofie: niet lullen maar poetsen!
Van der Most blijkt een praktische managementstijl te hanteren: geen grootse beleidsplannen, maar niet lullen maar poetsen. Dat is zijn filosofie.
Dat zijn filosofie niet heeft opgebracht dat wat hij nastreefde, namelijk de transformatie realiseren van een vuilverbrander naar pretpark, laat onverlet dat hij een grote wil, enthousiasme en doorzettingsvermogen heeft.